Hoeveel wassen draai jij per week? Weet je het? Of doe een gokje?
Mijn inschatting: in een éénpersoonshuishouden is dat twee à drie wassen per week.
Met kinderen en sporters in een gezin loopt dat al gauw op naar zo’n acht à tien wassen.

Hoe meer wassen je draait, hoe meer je weg te werken hebt. Bij mijn cliënten zie ik in dat laatste – het wegwerken – vaak de achterstand. Natte handdoeken en stinkende sportkleding vinden we vaak echt vies. Het sorteren en ook daadwerkelijk draaien van die was lukt daarom meestal wel. Tevreden kan je dan door met de rest van je activiteiten, want: de was draait.

Maar er kómt een moment dat die was is uitgedraaid en jij dus weer aan het werk moet. De wasmachine moet leeg, anders gaat alles opnieuw stinken! Gemiddeld genomen zijn er dan twee keuzes: je linnengoed of kleding gaat in de wasdroger of moet aan het droogrek. De wasdroger is makkelijk en snel, het droogrek is beter voor het milieu en je kleding (het slijt minder).

En als er nog een vorige was aan de lijn blijkt te hangen, dan moet je die er eerst afhalen, voordat je de nieuwe ronde kan ophangen. Ook was die nog in de droger zit en die vaak inmiddels flink gekreukeld is, moet er eerst uit. In beide gevallen parkeer je je schone was in een wasmand … die je een beetje vergeet … omdat je eerst met die natte was aan het werk moet. Je zal niet de eerste zijn die schone sokken uit de wasmand moet plukken, omdat het wegwerken er nog niet van is gekomen.

Wat mij betreft is het ideale wasproces dat je, vóórdat je op het aan-knopje van de wasmachine drukt, de vorige wassen al hebt weggewerkt. Dus opgevouwen hebt en in de kast hebt liggen. Als je jezelf uitdaagt zo te werken, creëer je een hoop rust.

Blijft je huis (en ook je hoofd) onrustig door diverse processen of projecten, bel of mail me gerust. Dan kunnen we samen brainstormen over een goed plan van aanpak daarvoor.