In mijn organizeverleden heb ik inmiddels flink wat dagboeken en agenda’s voorbij zien komen. Soms zijn dat prachtige exemplaren met mooie kaften. Soms zijn het ‘gewone’ schriften. Bij de een zijn het volgeschreven boekwerken, bij de ander is slechts een kwart beschreven. Sommigen verstoppen hun schriften achter in een kast, anderen leggen ze open en bloot tussen de boeken. In alle gevallen legt de schrijver in zijn dagboek zijn ziel bloot.

Heel soms bladert een cliënt bij het opruimen nog even in een dagboek en hoor ik verzuchtingen als: ‘och ja, wat een hectische levensfase was dat’, of, grover (rondom een scheiding): ‘jemig, wat was hij toch een hork in gesprekken…’ De vraag is: wat doe je met die zielenroerselen?

Ben jij ook een dagboekschrijver of zijn jouw agenda’s heel persoonlijke documenten geworden? Sta dan eens stil bij wat je er na je overlijden mee wilt. Mag een eventuele partner, kind, broer, zus of ouder die schriften dan lezen? Of wil je dat absoluut niet?

Ik kwam hierover te spreken met een cliënt met wie ik eens aan het organizen was. In eerste instantie leek het haar goed dat haar kinderen haar (nog) beter zouden leren kennen door het lezen van haar dagboeken. Aan de andere kant, zo redeneerde ze, kon ze dan geen toelichting meer geven op het geschrevene, waardoor bij haar kinderen een vertekend beeld kon ontstaan.

Na nog wat wikken en wegen had zij haar besluit genomen. Op de doos met dagboeken plakte ze een grote sticker met de tekst: ‘Na mijn dood ongelezen én direct weggooien.’ Je kan maar duidelijk zijn.

Zo zijn er elke keer weer andere issues waarover mijn cliënten besluiten nemen. Ik blijf ervan genieten om ze daarin te mogen begeleiden. Bel of mail me gerust als je wat enthousiasme kan gebruiken bij het ordenen van spullen in je huis.