Lezers van het NRC kunnen een IKje schrijven: een persoonlijke ervaring of anekdote. Journalist en tekstschrijver Francine Postma verzon een IKo’tje; zij interviewt IKorganiseer cliënten en schrijft – anoniem – hun ervaringen op. Ben je cliënt (geweest) en wil je ook meewerken aan een IKo’tje – wat ik natuurlijk heel tof zou vinden – mail je me dan?

 

 

Als Ingeborg komt kan ik bergen verzetten

Cliënt: ‘Het begon een jaar of twaalf geleden. Ik woonde alleen in een appartement waar de post zich opstapelde. Op een gegeven moment zag ik door de bomen het bos niet meer. Mijn moeder kwam op bezoek en riep uit: ‘Wat een rommel! Waarom doe je daar niet wat aan?’ Maar ik wist eerlijk gezegd niet waar ik moest beginnen.

Een week later kwam mijn moeder aanzetten met een artikel uit de krant, over een opruimcoach. ‘Is dat niets voor jou?’ vroeg ze. Ik had er nog nooit van gehoord, maar was meteen geïnteresseerd. Na wat googlen kwam ik terecht op de website van Ingeborg. Ik maakte een afspraak voor een intake. Natuurlijk was ik van tevoren best zenuwachtig, maar het klikte meteen. Ingeborg heeft iets geruststellends en moederlijks over zich en ze kijkt niet zo gauw ergens van op. Dat vond ik heel fijn, want eerlijk gezegd schaamde ik me best voor mijn rommel.

Na een aantal sessies was mijn huis enorm opgeknapt en kon ik het weer alleen. Maar ja, hoe gaan die dingen… Na een paar jaar begon ik met een deeltijdstudie naast mijn baan. Daarbij draaide ik veel wisseldiensten, dus ik had niet echt een vast ritme. Dat zag je terug in mijn huis. Ik had de tijd en de discipline niet om rommel op te ruimen. Als je alleen woont, is er bovendien niemand om voor op te ruimen. Dus slibde mijn huis langzaam weer dicht.

Maar nu wist ik wat ik moest doen. Ik heb Ingeborg opgebeld en een week later kwam ze  langs. Het voelde meteen als vanouds en ze begreep precies wat ik nodig had. Even een heads up, even een schop onder mijn kont. Het grappige is: als Ingeborg komt, kan ik bergen verzetten. Zo hebben we in een middag een kamertje leeggehaald dat vol stond met dozen. Het bleek eigenlijk allemaal lucht te zijn – veel dozen waren leeg, maar ik kwam er zelf niet toe om ze weg te gooien. Ingeborg zegt dan, heel vriendelijk: ‘Wat wil je ermee?’  En dan zie ik zelf ook wel in dat bewaren niet nodig is.

Bij het afscheid kreeg ik van Ingeborg een poster cadeau met haar afbeelding erop. Die heb ik op de deur van mijn kantoortje gehangen. Iedere keer als ik die poster zie, hoor ik Ingeborgs stem: ‘Wat wil je ermee?’ En dan weet ik wat me te doen staat.’