Lezers van het NRC kunnen een IKje schrijven: een persoonlijke ervaring of anekdote. Journalist en tekstschrijver Francine Postma verzon een IKo’tje; zij interviewt IKorganiseer cliënten en schrijft – anoniem – hun ervaringen op. Ben je cliënt (geweest) en wil je ook meewerken aan een IKo’tje – wat ik natuurlijk heel tof zou vinden – mail je me dan?

 

 

‘Ik heb een rotzooi-probleem; zo simpel is het. Aan een opgeruimd bureau kan ik niet werken. Je zou kunnen zeggen dat ik een verzamelaar ben, van de meest uiteenlopende dingen: krantenartikelen, brieven, tijdschriften, maar ook spullen, gereedschap, onderdelen… Als ik op straat een schroef zie liggen, raap ik hem op. ‘Die kan nog weleens van pas komen’, denk ik dan. Ik zie altijd mogelijkheden voor spullen en gooi bijna nooit iets weg.

Voor mij is het leven een hoofdweg met ontelbare zijwegen. Sommige mensen kijken niet opzij; die lopen rechtdoor en komen snel op hun bestemming. Ik kijk niet alleen voortdurend opzij, ik loop die zijwegen ook in. Ik verdwaal er. Want op die zijwegen gebeurt het: daar is de muziek, de lol, waardoor ik me maar al te graag laat afleiden.

Gelukkig hebben mijn vrouw en ik een ruim huis en is mijn vrouw vrij netjes. In de eet- en zitkamer is het dan ook altijd keurig opgeruimd. Maar kom je in de bibliotheek, dan is het een ander verhaal. Dat is mijn domein. In de loop der jaren is de bibliotheek zo’n beetje gaan fungeren als het afvoerputje van ons huis. Als de werkster komt, komen alle oude kranten en paperassen daar terecht. Die moet ik dan gaan uitzoeken, maar ja, makkelijker gezegd dan gedaan. Als ik aan zo’n stapel begin, valt mijn oog direct op een interessant artikel of een mooie brief en voor ik het weet heb ik dan weer een uur zitten lezen.

Zelf heb ik er niet zo’n last van, maar mijn vrouw begon zich de afgelopen jaren steeds meer te storen aan mijn rommel. Het zorgde voor spanningen tussen ons. Daarom hebben we de hulp van Ingeborg ingeroepen, die we via via kregen aanbevolen.

Het was een schot in de roos. Ingeborg is rustig, ze oordeelt niet en ze heeft humor. Die drie eigenschappen maken dat je haar heel gemakkelijk toelaat in je persoonlijke sfeer en je schaamte overboord kunt zetten. Zo werkt het tenminste bij mij.

Intussen komt Ingeborg al jaren eens in de twee maanden hier. Van tevoren zie ik er altijd een beetje tegenop. Vaak heb ik wat rommel laten liggen, terwijl ik had beloofd het uit te zoeken. Maar Ingeborg wordt nooit boos of geïrriteerd. Ze toont altijd begrip. Soms bemiddelt ze ook tussen mijn vrouw en mij, maar ze zal nooit partij trekken. Dat is goed voor onze relatie.

Als Ingeborg komt, klaart de lucht. We beginnen met een schone lei en maken een planning van wat er de komende weken moet gebeuren. Ik weet dan weer, wat me te doen staat. Vervolgens stel ik het dan wel vaak uit tot het laatste moment, maar omdat Ingeborg weer komt, heb ik altijd een stok achter de deur.

Haar beste advies? Het introduceren van “De Rode Map”, waarin alle belangrijke formulieren zitten die mijn kinderen nodig hebben als ik er niet meer ben. Zo zorg ik ervoor dat ik mijn rotzooi-probleem niet doorgeef.’